All posts in Blog

Een nieuwe dienst verdient een nieuwe blogpost. Denarius Advies richt zich op corporate finance. Ik licht graag toe.

In de afgelopen 15 jaar heb ik vele ondernemingen van binnen en van buiten, tot in detail, gezien. Ondernemingen die succesvol zijn en ondernemingen die amper boven water bleven. Ondernemingen met alleen een ondernemer en ondernemingen met dertig miljoen aan omzet en veertig man personeel en alles daar tussenin. Daarbij is vaak om mijn expertise gevraagd bij herstructurering van de onderneming als ook bij advisering over mogelijke samenwerkingsverbanden en het aantrekken van investeerders.

Rode draad in vrijwel alle trajecten was het aantrekken van financiering. Vaak om groei te kunnen realiseren en even zo vaak als laatste redmiddel om een onderneming van onder water weer terug boven water te brengen. In mijn betrokkenheid heb ik financieringsaanvragen in vele vormen en gedaanten mogen beoordelen. Wat ik gezien heb, varieerde van ronduit onkundig tot vrijwel perfect.

Over de gehele linie gemeten is mijn mening: “dat kan flink beter”. Op internet is prima te achterhalen wat er zoal in een financieringsaanvraag moet staan, welke stukken daarbij gaan en waar investeerders en banken op letten. Daar zit het probleem doorgaans niet. Het gaat vaak fout bij de inhoud van de aanvraag. Het simpele geschreven woord en getal. En simpel is dan vaak het probleem.

Menig aanvraag is zo karig dat een investeerder of bank deze meteen terzijde schuift. Als je geen bereidheid toont om een serieuze aanvraag in te dienen dan is een bank of investeerder net zo min bereid om deze te lezen. Is de aanvraag wel compleet, dan zou meer aandacht geschonken mogen worden aan wat er geschreven wordt. Los van taalfouten en rekenfouten, zie ik nog steeds dat in menig aanvraag informatie uit paragraaf A strijdig is met informatie uit paragraaf B of (erger nog) strijdig met informatie uit de bijgeleverde (formele) stukken zoals jaarrekeningen en contracten.

Met het besef dat een aanvraag maar een keer ingediend kan worden, hoop ik dat u inziet dat een goede financieringsaanvraag ontdaan is van verbandsfouten. De informatie op pagina X moet (naast dat deze correct moet zijn) kloppen met hetgeen daarover vermeld is elders in de aanvraag en de bijgevoegde stukken. Dat vereist een scherpe en kritische blik.

Tot slot een opmerking van algemene aard: weet wat u indient! U bent de ondernemer en dus de aanbieder van de aanvraag. Verwacht kritische vragen en bereid u daarop voor. Ken niet alleen de inhoud van de aanvraag en de bijlagen maar zorg dat u ook weet wat die cijfers en woorden betekenen. Niets is bij financieringen zo kansloos als een ondernemer die niet weet hoe zijn bedrijf financieel en juridisch in elkaar steekt.

Succes!

Dit blog zal mij niet echt populair maken bij (zeer) kleine ondernemers, maar dat risico neem ik voor lief. De KOR, ofwel de Kleine Ondernemers Regeling in de omzetbelasting moet weg, punt! Uitroepteken! Ik zal mijn best doen om hier ook wat onderbouwing aan te geven.

 Het begin van het doolhof

Degenen die zich aangesproken voelen (en sommige andere ondernemers) kennen de regeling wel: indien je op jaarbasis niet meer BTW hoeft af te dragen dan 1.883 euro dan krijg je een korting van 2,5 maal het verschil tussen de berekende afdracht en die 1.883 euro. Is je afdracht (verschuldigde BTW min voorbelasting) op jaarbasis minder dan 1.345 euro dan hoef je zelfs niets af te dragen aan omzetbelasting. De KOR vermindert de BTW afdracht doorgaans echter niet verder dan tot nul.

 Voorbeeld 1: moet je 1.500 euro afdragen, dan krijg je een korting van 2,5 x (1.883 – 1.500) = 958 euro.

Je afdracht wordt dan geen 1.500 maar (1.500 – 958) = 542 euro.

 Voorbeeld 2 (inzake de genoemde 1.345): moet je 1.345 euro afdragen, dan krijg je een korting van 2,5 x (1.883 – 1.345) = 1.345 euro.

Je afdracht wordt dan geen 1.345 maar (1.345 – 1.345) = 0 euro. Worden we blij van. Denk je…

Die 958 of 1.345 euro is wel een bate voor je onderneming en dus dien je die aan te geven als bedrijfsbate. En daarover betaal je? Inkomstenbelasting en premie ZVW. Volgens de cijfers van 2014 aan inkomstenbelasting minstens 36,25% en premie ZVW 5,4%. Samen al goed voor 41,65% van die zo heerlijk klinkende BTW korting. Van die 958 blijft netto dus maar 559 over en van die 1.345 resteert nog maar 784 euro. Rekent u gerust zelf uit wat er gebeurt als u in de 42% of 52% IB valt (wat bij de KOR zeldzaam is maar niet onmogelijk). Geld is geld dat geef ik toe, maar waarom zo omslachtig? Want voordat dit netto geld ook echt netto is, kom je nogal eens wat doodlopende stukken doolhof tegen.

De doodlopende paden

Als het u na de vorige paragraaf al duizelt, lees dan even verder. De KOR kan namelijk nogal veel complexer uitpakken dan u denkt en zeker dan u wenselijk acht. Voor u het weet, past u de KOR verkeerd toe of heeft u een adviseur nodig om te berekenen wat uw KOR is en ziet u het netto voordeel van de KOR opgaan aan advieskosten. Ik appelleer hier met name aan ondernemers die werken met BTW verlegd op hun inkopen en verkopen en/of prestaties verrichten buiten NL. In deze gevallen wordt de KOR voor de meeste ondernemers een doolhof van onlogica.

Even dollen met u:

–       Omzet waarbij je BTW verlegd hebt naar de opdrachtgever telt wel mee voor de omzet volgens de KOR;

–       Is er omzetbelasting naar jou verlegd dan telt die niet mee voor de omzet volgens de KOR maar wel als voorbelasting volgens de KOR;

–       Koop je goederen of diensten in uit een ander EU-land dan telt dat niet mee als omzet voor de KOR maar wel als voorbelasting voor de KOR;

–       Datzelfde geldt voor import van goederen en diensten waarbij de BTW naar u verlegd is uit niet-EU-landen;

–       Met BTW belaste verhuur van onroerende zaken kent geen KOR;

–       De KOR bestaat niet voor rechtspersonen. Enkel voor IB-ondernemingen (onderneming en dus niet ondernemer).

Bent u hier nog steeds? Mooi. Dan sla ik nog even snel twee keer rechts af, draai ik 360 graden en dan 2 keer links.

De regeling is een gedrocht. Voor menig ondernemer die hiermee te maken heeft, gaat dit veel te ver voor het marginale voordeel wat ermee behaald wordt. Met de internationalisering van de handel en diensten kom ik op ondernemersforum higherlevel.nl steeds meer vragen tegen over de KOR in relatie tot inkopen en leveringen binnen de EU. Soms is een antwoord snel te geven maar al te vaak is het voor de ondernemer onlogisch en ook niet duidelijk te maken.

Wat doe je dan? Ga je gokken of koop je advies in, wetend dat een beetje adviseur zo weer de helft van je KOR teruggave afsnoept. Wat zou u doen? Want een foute aangifte kan betekenen dat de fiscus u uit het doolhof zal leiden maar niet per se zonder financiële schade. En laat de afdeling omzetbelasting nu juist beschikken over de meest alerte software en medewerkers. Op basis van de ingediende BTW-aangiftes en eventuele ICP-aangiftes kan de fiscus eenvoudig vaststellen of u de KOR al dan niet goed toegepast hebt. Zo niet dan nemen ze u bij de hand het doolhof uit, maar bij de uitgang staat een kassier.

Of die kassier terecht geld eist, is een tweede. En wilt u daar zekerheid over dan moet u naar de onafhankelijke doolhofcoach: een fiscalist. En ook die fiscalist kost geld.

Toegang tot het doolhof ontzegd?

Soms mag u niet eens naar binnen: rechtspersonen en belaste verhuur van onroerende zaken zijn uitgesloten, de grens van 1.883 euro en de factor 2,5? Het is allemaal volstrekt arbitrair! Er is geen politicus meer die kan navertellen waarom deze voorwaarden zijn geschapen. En eerlijk gezegd ontgaat mij de logica ook. Waarom kan een kleine webshop de KOR toepassen als eenmanszaak maar niet als BV? Waarom 1.883 als grens en niet 2.000 en waarom een korting van 2,5 in plaats van 2,469751?

De uitgang

Wat levert de KOR nu precies op? Maximaal 1.345 euro netto. Dat geldt alleen in die gevallen waarin de IB-winst dermate laag is dat de bijtelling van de KOR op de winst uit onderneming van geen invloed is omdat het belastbare jaarinkomen (inclusief bijtelling KOR) lager is dan ruwweg 6.000 euro. Dan hebben we het dus over zeer kleine ondernemingen. Ik kan me voor geen seconde indenken dat die ondernemers bij de planning van hun financiën gedacht hebben “ohja, als ik nu eens de KOR benut dan helpt dat mijn liquiditeit enorm”. No way, no how. Voor hen is de KOR een dik toetje die ze (mits goed geholpen of ingelezen) achteraf ineens toucheren. Is dat dan het doel van de KOR?

Of is de KOR er voor ondernemers die veel omzet maken tegen 6% en inkopen doen tegen 21%? Zij krijgen doorgaans BTW terug of dragen een beetje af. Moet daar de KOR dan iets bij helpen? Waarom bestaat de KOR? Wie is ermee gebaat en waarom?

Toon mij een ondernemer die recht heeft op de KOR waarvan we denken: “Precies! Juist deze ondernemer zou een korting moeten krijgen op zijn BTW-afdracht!”

Ik ken ze niet. En wat mij betreft zijn ze er ook niet.

De KOR

–       Biedt geen stimulans tot groei;

–       Geeft een te beperkt voordeel in relatie tot de mogelijke kosten;

–       Handhaven en controleren door de fiscus kost te veel;

–       Legt het fiscale voordeel bij de verkeerde groep ‘ondernemers’ die daar doorgaans toch al geen rekening mee gehouden hadden;

–       Lijkt arbitrair en discriminatoir t.a.v. rechtspersonen en vastgoed verhuurders;

–       Is nodeloos complex omdat NL (zoals zo vaak) doorschiet in het inpassen van haar wetgeving in de gewenste (EU) kaders.

Waarom? Mis ik iets? Zie ik een groep ondernemers over het hoofd die niet zonder de KOR kunnen?

De mailbox staat open: joost@denariusadvies.nl

 

 

 

 

We maken allemaal onze relaties van tijd tot tijd blij met een stukje aandacht en waardering. Indien van stoffelijke aard spreken we over relatiegeschenken. Hoe verwerk je die uitgaven nu fiscaal?

Inkomstenbelasting/vennootschapsbelasting

Voordat u de fiscale winst bepaalt, komt u steevast een aantal correcties op de commerciële winst tegen. Een van die correcties is de beperking van zogeheten gemengde kosten. Kosten met een zakelijk en privé karakter. Tot die gemengde kosten worden ook relatiegeschenken gerekend. Oftewel: in uw administratie boekt u de relatiegeschenken gewoon volledig als kosten. In de aangifte inkomsten- of vennootschapsbelasting vindt de volgende aanpassing plaats:

  1. 26,5% van de relatiegeschenken wordt weer opgeteld bij de winst (lees, is dus niet aftrekbaar);
  2. Als u heel veel gemengde kosten heeft, kunt u er ook voor kiezen om het vaste bedrag van € 4.400 bij de winst op te tellen wegens gemengde kosten (of bij een BV 0,4% van de totale loonsom, indien dat meer is dan € 4.400).

Laten we dat even vergelijken zodat u de juiste keuze maakt. U telt 26,5% van de gemengde kosten bij de winst op óf het vaste bedrag van € 4.400. Omgerekend, u moet € 16.604 aan gemengde kosten hebben gehad in een jaar voordat de vaste correctie van € 4.400 de voordeligste keuze wordt. Onder € 16.604 is namelijk 26,5% daarvan lager dan € 4.400.

Omzetbelasting

Voor de omzetbelasting ligt het anders. Normaliter is de BTW op uw uitgaven aftrekbaar als voorbelasting. Daarop zijn echter ook uitzonderingen en ook voor relatiegeschenken zijn die er uiteraard, anders zou het on-Nederlands worden. De uitsluiting van aftrek van voorbelasting werkt als volgt:

  1. Indien de ontvanger van het geschenk zelf recht heeft op aftrek van meer dan 50% van zijn voorbelasting dan mag u de BTW op de relatiegeschenken ook als voorbelasting in mindering brengen op uw BTW-aangifte. Anders gezegd: doorgaans mag u wel de BTW op een geschenk als voorbelasting meenemen, als de ontvanger ervan ook ondernemer is voor de BTW en minstens de helft van zijn omzet belast is met BTW.
  2. Maar! Als u aan iemand op jaarbasis meer dan € 227 schenkt, dan is de BTW op de geschenken aan die persoon sowieso niet aftrekbaar als voorbelasting, ook al voldoet hij/zij aan het gestelde onder 1 hiervoor.

Samengevat: de BTW op geschenken mag u in aftrek brengen als de ontvanger voor meer dan 50% BTW-ondernemer is én u niet meer dan € 227 ex BTW in het jaar aan diegene geschonken heeft.

 

Met de beste wensen voor 2014 gaan we van start met een nieuwe en lange blogpost: ondernemen of risiconemen?

Ondernemen zonder overeenkomsten is als een haat-liefde-relatie, het gaat niet en als het doorgaat dan gaat het (op termijn) fout. De reden is simpel: onderneem je, dan maak je afspraken en als die afspraken nergens vastliggen dan wordt onder-nemen simpelweg ‘risico-nemen’. Ik hoef sommige van mijn lezers niet te vertellen over de gruwelverhalen die jaar in jaar uit voor de Rechter beslecht worden omdat de vennoten van een ‘VOF-je’ tussen familie, echtelieden of vrienden geen overeenkomst nodig achtten. Blauwe ogen, aannames maken, in goed vertrouwen en meer van dat soort poorten tot de hel der bedrijfsbeëindiging.

Rechters die mogen beoordelen of aandeelhouders en bestuurders in een BV gehandeld hebben in het ‘beste belang van de BV’. Want buiten de statuten van de BV ligt er niets vast.

De Belastingdienst die een kritische blik werpt op een administratief aanwezige schuld die verder nergens vastligt, laat staan dat er enige rente of aflossing betaald is.

Een leverancier die handelt naar eigen inzicht omdat er geen handelsvoorwaarden ter hand zijn gesteld én van toepassing zijn verklaard.

Waarom doen ondernemers dit?

Gemakzucht, misplaatst vertrouwen en misplaatste zuinigheid. Overeenkomsten kosten tijd en geld. Tijd om erover na te denken en te zorgen dat je met je adviseur tot een fraai exemplaar komt waarin jouw belangen beschermd zijn (dus ónder-nemen en niet rísico-nemen) en geld omdat die adviseur ook niet gratis werkt. En soms wil je je compagnon niet voor het hoofd stoten met afspraken (familie, vrienden en partners). Of de overtreffende trap van gemak óf zuinig: gemak EN zuinig. Op google gaan zoeken naar voorbeeldovereenkomsten en dan gaan hakken, breken, snijden, knippen en plakken totdat er een document staat waarvan zelfs sommige Rechters geen pindasaus meer kunnen maken.

De paradox

We maken wel allemaal netjes een opdrachtbevestiging, offerte en een factuur op (de slotsom van een overeenkomst) die we naar onze klanten sturen en we tekenen allemaal een huurovereenkomst of koopovereenkomst voor huisvesting of een nieuw voertuig. Als we even ons best doen dan hanteren we ook leveringsvoorwaarden en passen we die correct toe. Waarom bestaan er dan nog steeds BV-structuren en VOF’s die het zonder afspraken doen tussen de vennoten onderling? Waarom tekenen ondernemers nog steeds participatie-overeenkomsten voor toetreding tot een BV of erger nog, copy-paste-overeenkomsten tot beëindiging van een onderneming, terwijl ze niet echt goed weten wat ze tekenen?

Mijn parochie dus?

Klopt. Ik predik voor eigen parochie omdat ik weet dat ‘mijn parochie’ tegen aanvaardbare kosten veel toekomstig leed (emotioneel, reputatie, economisch en financieel) kan voorkomen. Ik sta dagelijks ondernemers bij die een samenwerking aangaan, die uitgekocht willen worden, die uitgelokt worden, die zich willen inkopen en bovenal, die bescherming zoeken voor hun positie. Ondernemen hoeft niet te komen tot risico-nemen!

Amerikanen zeggen het als je vraagt naar de prijsbepalende factor van een huis: “Location, location, location”.

Wij ondernemen in Nederland. Het land waarin alles tot in de gaatjes vastligt in de wet, behalve voor ondernemers. Voor mij geldt:

Overeenkomst, overeenkomst, overeenkomst.

En dan wel een die je begrijpt en een die recht doet aan jouw positie.

Heeft u als DGA een pensioen in eigen beheer? Dan heeft u nog een kleine drie weken om uw pensioenovereenkomst aan te passen aan de nieuwe wetgeving. U moet voor 1 januari 2014 met uw BV een nieuwe pensioenovereenkomst sluiten.

Wat verandert er?

  • De pensioengerechtigde leeftijd schuift op naar 67;
  • Het opbouwpercentage bij een eindloonregeling daalt van 2% naar 1,9%;
  • Het opbouwpercentage bij een middelloonregeling daalt van 2,25% naar 2,15%.

U mag uiteraard eerder met pensioen maar dan wordt uw pensioenuitkering herrekend en zal deze lager uitvallen.

Voor wie niet?

Bent u geboren voor 1 januari 1950 of is uw pensioen reeds ingegaan, dan wijzigt er voor u niets.

Wat te doen?

De pensioenbrief aanpassen is geen kwestie van copy-paste van de belastingdienstpensioensite.nl website. Die voorbeeld overeenkomsten gaan uit van alle mogelijke opties in een pensioenovereenkomst. Die zijn echter lang niet altijd van toepassing en in die gevallen mag u die opties ook niet opnemen in uw pensioenbrief (bijv. een wezenpensioen toezeggen terwijl u geen kinderen heeft). Bovendien is die overeenkomst niet toegespitst op uw specifieke omstandigheden en wensen. Laat u dus goed voorlichten.

Vaak zijn dit ook de uitgelezen momenten – omdat u toch al kosten moet maken voor de nieuwe pensioenbrief – om uw gehele pensioen tegen het licht te houden. De brief aanpassen kan een kundig fiscalist voor u doen, zo ook ik, maar een overall advies over uw oudedagsvoorzieningen is sinds 2013 nog enkel voorbehouden aan door de AFM gecertificeerde pensioenadviseurs.  Ik kan u desgewenst in contact brengen met een zeer deskundig en (uiteraard) AFM-erkend adviseur.

Alle druk is nog niet van de ketel en nog niet alle plannen van het belastingplan 2014 zijn definitief, maar laten we eens een blik werpen op de wijzigingen in belastingwetgeving voor auto’s in 2014 zodat u nog op tijd kunt voorsorteren bij de aanschaf van uw volgende (bestel)auto:

Bijtelling inkomstenbelasting of loonheffingen

Voor auto’s die vanaf 2014 op kenteken gezet worden gelden de volgende grenzen aan Co2-uitstoot en de daarachter genoemde bijtelling:

Co2-uistoot: van – tot          brandstof                  % bijtelling

0 gram per km                       100% elektrisch       4%

> 50 gram per km                 plug-in hybride        7%

> 85 gram per km                 diesel                          14%

86 – 111 gram per km          diesel                          20%

51 – 88 gram per km           andere dan diesel     14%

89 – 117 gram per km         andere dan diesel     20%

Andere uitstoot                    alle                               25%

Bent u in de markt voor een lagere bijtelling dan 25% wees u zich er dan van bewust dat de bestelde auto ook daadwerkelijk leverbaar is in 2013! Vooral bij de plug-in hybrides blijkt dat soms al niet meer mogelijk.

Diverse investeringsregelingen

Hoewel niet in het belastingplan zelf opgenomen ligt bij de Tweede Kamer wel een aankondiging van het Ministerie van Financiën dat vanaf 2014 de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) en de vrije afschrijving milieu-investeringen (VAMIL) niet langer van toepassing zijn op personenauto’s ongeacht hun uitstoot. U kunt hier dus alleen nog gebruik van maken als u in 2013 een auto aanschaft die op basis van de huidige regels in aanmerking komt voor een bijtelling van 14% of minder.

De milieu-investeringsaftrek zou wel gehandhaafd blijven doch alleen voor semi-elektrische auto’s. Welke Co2-grens daarbij hoort is vooralsnog onduidelijk maar we gaan uit van volledig elektrische auto’s en plug-in hybrides.

Wegenbelasting – Motorrijtuigenbelasting (MRB)

Tot en met 2013 geldt een MRB-vrijstelling voor benzine auto’s met maximaal 110 gram Co2-uitstoot en diesels met uitstoot tot maximaal 95gram per km. Die grens wordt in 2014 verlaagd naar maximaal 50 gram Co2 per km ongeacht de brandstofsoort. Diverse belangenbehartigers van autorijdend Nederland zijn hiertegen in protest gekomen omdat deze aanpassing aan de wet ingaat tegen eerdere afspraken die zijn gemaakt door voormalig Minister De Jager in 2011. Houdt de ontwikkelingen dus in de gaten, want een kleine 14% diesel kan volgend jaar zomaar 90 euro per maand aan wegenbelasting kosten. Bedenk echter wel dat als dit voorstel wetgeving wordt dat de tweedehandsmarkt voor auto’s overspoeld zal worden met zuinige dieseltjes. Niet best voor de inruil- of verkoopprijs.

BPM: aanschafbelasting

Ook op het gebied van de aanschafbelasting op auto’s, de BPM, wordt meer verlangd van autorijdend Nederland. Nu zijn auto’s tot en met de 14%-bijtelling categorie vrijgesteld van BPM. Vanaf 2014 geldt die vrijstelling alleen nog voor diesels met een uitstoot onder 86 gram en andere brandstoffen met een uitstoot kleiner van 89 gram. Verwacht dus een prijsstijging van heel veel automodellen die nu nog in de 14%-categorie vallen.

De ouderdomsgrens voor oldtimers schuift vanaf 2014 op naar 40 jaar. Voor benzineauto’s tussen de 26 en 40 jaar wordt een overgangsregeling gemaakt. Voor deze auto’s geldt een kwarttarief van maximaal 120 euro per jaar , mits zij in de maanden december, januari en februari niet worden gebruikt.

Accijns op brandstof

Vanaf 1-1-2014 gaat de accijns op een liter LPG omhoog met 7 cent en voor diesel met 3 cent.

Tot slot

De regering heeft in elk geval een duidelijke hoek gekozen om weer extra geld op te halen. Nog niet alle voorstellen zijn tot wet verwerkt. In december 2013 zal een en ander helemaal helder zijn. Verwacht wordt dat sommige maatregelen de Eerste Kamer niet ongeschonden doorkomen, aangezien de regeringspartijen in de Eerste Kamer geen meerderheid hebben.

Let wel goed op met uw aanstaande aan te schaffen auto. Het verkleinen van de uitstootgrenzen en de afschaffing van de (milieu)investeringsaftrek en VAMIL betekent dat in 2014 (semi-)elektrisch en zeer zuinig rijden veel duurder wordt dan nu het geval is. Is uw keuze voor een plug-in hybride of een huidige 14%-auto gestoeld op deze regelingen dan moet u er zeker van zijn dat de gewenste auto nog leverbaar is in 2013. Wijk desnoods uit naar auto’s die nieuw en ongebruikt al op kenteken zijn gezet of wellicht een ander merk of type. En hoewel een auto achterin het jaar aanschaffen doorgaans ongunstig is voor de restwaarde (over een paar maanden is de auto al “1 jaar oud”) dient u toch te overwegen om die gedachte te laten varen en te kiezen voor het fiscale voordeel dat 2013 nog kent.

Is het nou 31-12-2013 of 15-11-2013 of toch 1-7-2014?

Door het wetsvoorstel tot het afschaffen van de stamrechtvrijstelling, de mogelijkheid om belastingheffing op een ontslagvergoeding uit te stellen, is er een hoop paniek en ook onduidelijkheid ontstaan over de verschillende datums die een rol spelen, wil je nog gebruik kunnen maken van de stamrechtvrijstelling. Even helder op een rijtje naar de stand van zaken per 12-11-2013:

15-11-2013: Indien u in 2014 eenmalig van de mogelijkheid gebruik wilt maken om uw stamrecht alweer geheel op te heffen – met een korting van 20% op het belastbare bedrag – dan moet de ontslagvergoeding uiterlijk voor 15 november 2013 uitgekeerd zijn door uw werkgever aan de bank of aan uw BV.

31-12-2013: Dit was de oorspronkelijke einddatum waarvoor een Stamrecht BV of bankspaarregeling geregeld moest zijn. Nu is deze datum alleen nog van belang als datum waarvoor het ontslag aangezegd moet zijn.

01-07-2014: De nieuwe datum waarvoor (in plaats van het eerdere 31-12-2013) een stamrechtregeling opgetuigd moet zijn en tevens de datum waarvoor het ontslag ook daadwerkelijk ingegaan moet zijn.

En nu maar hopen dat er in dit wetsvoorstel niet weer geschoven wordt met datums…